Leveranciersmanagement: essentieel voor distributeurs

Het beheer van zo’n aanbod bestaat uit het identificeren van de nodige producten, deze opnemen in de catalogus en ze vervolgens publiceren. Dat geldt voor elke referentie, zelfs voor producten die klanten zelden of nooit nodig hebben. Bovendien moet de distributeur het assortiment op de voet volgen om steeds de nieuwste en meest innoverende producten te kunnen aanbieden. Daarnaast is het minstens even belangrijk dat elk product op elk moment van topkwaliteit en verkrijgbaar is, en dat alle documenten (certificaat, technische documentatie, garantie enz.) voorhanden zijn.

Het antwoord op deze uitdagingen? Volgens Manutan is dat een inkooporganisatie die rust op drie pijlers.

1. Beheer van ‘sourcing’

De herkomst en conformiteit van de producten zijn essentiële criteria. Voor merkproducten garanderen deze criteria ook dat ze rechtstreeks door de fabrikant worden geleverd en dus geen namaak zijn.

Ook moeten de producten van constante kwaliteit zijn, waardoor kwaliteitscontroles onmisbaar blijken. Onder deze procedure vallen systematische controles van alle uitgaande leveringen en audits in de fabrieken. Zo blijft de kwaliteit van al je producten op hetzelfde hoge niveau, waar ze ook vandaan komen.

2. Innoverend SRM*

De twee hoofddoelen voor een C-Class leverancier zijn:

  • De beschikbaarheid van de producten garanderen;
  • De leveringsdata respecteren.

​​​De enquête door OpinionWay in februari 2018 voor de Generix Group bevestigt de trend: om van een goede koopervaring te kunnen spreken, moeten de producten beschikbaar zijn (belangrijkste criterium volgens 63 % van de Fransen) en op de afgesproken datum worden bezorgd (41 %). Om deze twee uitdagingen aan te kunnen, moet een groot deel van het aanbod op voorraad zijn en worden beheerd in het magazijn van de leverancier. De rest van de producten moeten rechtstreeks uit de fabriek worden geleverd: we spreken dan van directe fabrikantsleveringen.

Om de kwaliteit van alle leveringen even hoog te houden, schakel je een speciaal team in dat alle leveranciers opvolgt en het verbeteringsplan voortdurend optimaliseert. Zo organiseert Manutan een werkdag met zijn 150 directe fabrikantsleveranciers en heeft het bedrijf een handleiding opgesteld met prestatie-indicatoren waarmee die leveranciers zelf de kwaliteit van hun leveringen kunnen opvolgen.

SRM omvat ook een platform waar leveranciers alle nodige processen (bestelling, levering, retourzending enz.), documenten en activiteitsrapporten vinden. Met zo’n platform verlopen alle processen waarbij je leveranciers betrokken zijn eenvoudiger, sneller en beter. In het kader van continue verbetering wordt het platform in goede banen geleid door een ‘supplier advisionary board’, een projectteam van leveranciers die hun standpunten en behoeften doorgeven.

Tot slot is het belangrijk een strategie om de leveranciersrelaties te verbeteren uit te tekenen. Zo wordt het heel wat eenvoudiger om je leveranciers te beheren. Manutan gebruikt hiervoor een ‘Net Promoter Score’. Door de resultaten en opmerkingen te analyseren, kan het bedrijf specifieke verbeteringsplannen voor elke leverancier in elk land opstellen.

3. Leveranciersscores

Bij het beheer van leveranciers hoort ook een evaluatiesysteem waarmee je alle leveranciers een score geeft, bijvoorbeeld op basis van deze drie criteria:

  • Productkwaliteit;
  • Leveringstermijnen en de naleving ervan;
  • Innovatie.

Aan de hand van de eerste twee criteria (kwaliteit en levering) definieer je de verbeterpunten voor elke leverancier. En met het volledige evaluatiesysteem breng je elk jaar eenvoudig in kaart welke ‘premiumleveranciers’ je klanten op de allerbeste manier bedienen! Bij Manutan houdt zo’n erkenning ook een aantal concrete voordelen in, zoals:

  • Manutan zet de producten van deze leveranciers in de schijnwerpers bij gezamenlijke marketingacties en in de communicatie naar verkopers.
  • In een speciale online omeving zien deze leveranciers alle Manutan-teams (producthoofden, marketing- en redactieteams enz.) en kunnen ze gemakkelijk contact met hen opnemen.

In tegenstelling tot distributeurs kunnen marktplaatsen niet systematisch de herkomst of kwaliteit van de aangeboden producten garanderen. Tot slot houdt een optimaal beheer van je C-Class aanbod in dat je je leveranciersmanagement optimaliseert met investeringen op lange termijn, een efficiënte organisatie en grondige expertise. Zo bied je niet alleen kwaliteitsproducten met een gegarandeerde herkomst aan, maar ook een topervaring bij elke inkoop en levering. 

*SRM = Supplier Relationship Management

Het A-B-C van BHV en EHBO

Aantal medewerkers en activiteiten

Met de ‘A’ van aantal medewerkers bedoelen we het aantal werknemers dat geschoold moet worden om eerste hulp te verstrekken, maar ook de ‘aard van de hulpverlener’. Volgens de Arbowet moet ieder bedrijf maatregelen treffen op het gebied van bedrijfshulpverlening. Tot 2007 was één bhv’er per 50 medewerkers verplicht, nu moet er altijd minstens één bhv’er aanwezig zijn. Vanwege flexibele werktijden en thuiswerken worden daarom vaak meerdere bhv’ers getraind. Hoeveel bhv’ers nodig zijn, is afhankelijk van je risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Een bhv’er kan eerste hulp verlenen, een pand ontruimen en een beginnende brand bestrijden. Bij een onderneming waar grote risico’s zijn (denk aan de bouwindustrie of overal waar gewerkt wordt met machines), is het misschien verstandig ook met EHBO’ers te werken. Een EHBO’er heeft meer uitgebreide kennis van eerste hulp verlenen dan een bhv’er en kan levensreddende eerste handelingen (LEH) verrichten.

Benodigdheden voor EHBO

Eerste hulp is een ruim begrip, want ‘ongevallen’ kunnen natuurlijk gaan van een onschuldige valpartij of een klein ongelukje met een keukenmes tot een venijnige wond door een bijtend product of een ongeval waar bijvoorbeeld een brandcard of een rolstoel bij te pas komt. Je hebt dus ook veel verschillende producten nodig. En daarmee zijn we aangekomen bij de ‘B’ of de ‘benodigdheden’!

Producten voor EHBO zijn in een aantal categorieën op te delen, want er bestaat niet zoiets als één verplichte inventaris voor een EHBO-koffer. De materialen moeten namelijk afgestemd zijn op jouw bedrijfsactiviteiten en -risico.

  • Bij kleine ongelukken en directe zorg: een EHBO-koffer met diverse verbanden, kompressen, pleisters en desinfecterende middelen. In ons assortiment vind je bijvoorbeeld handige EHBO-koffers en navulkits met onder meer watten, een schaar, pleisters en verband. Er zijn uiteraard ook losse EHBO-producten, EHBO-tassen en verbandkoffers voor brandwonden
  • Bij verwonding door chemische middelen: hierbij is het belangrijk om direct te kunnen spoelen met nood- en gelaatsdouches.
  • Bij een hartstilstand: in dat geval is het cruciaal om direct te starten met reanimatie. Binnen zes minuten is namelijk de kans op overleven het grootste. Het belangrijkste hulpmiddel hiervoor is een defibrillator, maar denk ook na over een voorraad batterijen en vervangingselektroden. Hang eventueel een AED op aan de buitengevel of poort, zodat buurtbewoners ook hiervan gebruik kunnen maken. Een AED komt in aanmerking voor een Kleinschaligheids Investerings Aftrek (KIA) en kan ook samen met de buurt worden betaald.
  • Naast deze producten en andere uitbreidingen zijn er diverse medische meubels en voorzieningen op de markt voor de opslag van EHBO-producten, zoals apotheek- en medicijnkasten. Die zet of hang je natuurlijk op makkelijk bereikbare plaatsen.

Het klinkt misschien gek, maar medicatie in je EHBO-koffer bewaren is geen goed idee – zelfs niet als het gaat om geneesmiddelen zonder voorschrift. Bhv’ers of EHBO’ers mogen namelijk geen medicatie toedienen. Wettelijk gezien is alleen iemand met een medisch beroep, zoals een verpleger, arts of apotheker, daarvoor bevoegd.

Cursus

Tot slot komen we aan bij de ‘C’ van cursus. Als bedrijf ben je ook verplicht een bhv-plan op te stellen. Daarin staat hoe de bedrijfshulpverlening is georganiseerd in je bedrijf en welke maatregelen in dit verband worden genomen. Het is verstandig om je preventiemedewerker hierbij in te schakelen, want die werkt ook mee aan de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Om adequaat te kunnen handelen als bhv’er of EHBO’er, moet je natuurlijk perfect op de hoogte zijn van dat plan. Daarnaast heb je bepaalde kennis en vaardigheden nodig.

Naast de bhv-cursus of EHBO-opleiding bij de aanstelling, moet elke bhv’er en EHBO’er verplicht jaarlijks een herhalingscursus volgen, om te zorgen dat hun kennis en kunde up-to-date blijft. De werkgever moet hiervoor tijd vrijmaken. Voor bedrijfsactiviteiten waarmee specifieke risico’s gepaard gaan, zijn misschien extra opleidingen nodig. Denk aan omgaan met minder zelfredzame personen of werken in geïsoleerde ruimten. Dat moet blijken uit de RI&E.

Wij helpen je graag

Op onze blog lees je meer over veiligheid en eerste hulp op het werk. Zit je met vragen? Neem dan contact met ons op, of bekijk het ruime assortiment aan EHBO-hulpmiddelen in onze webshop

Inbraakpreventie – 10 tips tegen inbrekers

1. Sluit je terrein goed af

Het begint natuurlijk met de toegang tot je terrein en je pand. Is het hekwerk hoog en stevig? Zijn de sloten sterk en niet makkelijk te forceren? Is de toegang afgesloten met een slagboom of een hoogtebegrenzer? Denk ook aan de discipline om alles goed af te sluiten aan het eind van de dag. Loop een vaste afsluitronde.

2. Verlicht de omgeving

Is alles donker zodra de laatste het pand verlaat? Dieven zijn daar dol op! Zorg liever voor goede buitenverlichting met een schemersensor of bewegingssensor rond je pand, bij alle toegangsdeuren en ramen.

3. Geef ze geen ‘opstapje’

Ladders, kliko’s, containers en steigers zijn voor kwaadwilligen ideale opstapjes naar dak, bovenraam of balkon. Berg die voor sluitingstijd dus altijd binnen op.

4. Installeer een alarminstallatie

Dieven willen niet opvallen. Dat maakt een alarminstallatie zo effectief! De verzekering vraagt erom, en je slaapt er écht veel beter van. Met een luid alarm ter plaatse én direct bericht aan de meldkamer. Zo jaag je dieven weg… of betrap je ze op heterdaad!

5. Zet ze op video!

Inbrekers slaan graag ongezien toe. Daardoor werkt weinig zo preventief als een video bewakingscamera of een dummy camera. Hang ze op goed zichtbare plaatsen om slecht volk af te schrikken. En mochten ze toch toeslaan, dan is de politie heel blij met de bewakingsbeelden. Bekijk hier alle mogelijkheden van bewakingsapparatuur

6. Zorg voor goed hang- en sluitwerk

Met goed gereedschap is het kraken van een normaal deur- of raamslot een fluitje van een cent. Kies daarom voor topkwaliteit hang- en sluitwerk met politiekeurmerk. Voorzie je binnen en buitendeuren met een mechanisch of elektronisch codeslot. Dat vertraagt enorm en werkt daardoor heel preventief.

7. Ook binnen: waardevol spul achter slot en grendel

Zijn ze desondanks tóch binnengekomen? Maak het ze ook hier zo lastig mogelijk. Berg computers, waardepapieren, cash geld, gereedschap en belangrijke informatie altijd goed op in een inbraakwerende kluis of brandkluis. Achter slot en grendel, versleuteld in je ict-systeem en/of geborgd met kabelsloten.

8. Merk en registreer kostbare goederen

Maak je spullen echt tot je onvervalste eigendom door ze te registreren en te merken met een graveerapparaat. Een dure machine met je bedrijfslogo erin gegraveerd is makkelijker traceerbaar en moeilijker door te verkopen. En dus minder aantrekkelijk.

9. Weet wie er binnen zijn

Ook overdag kunnen onverlaten binnensluipen en hun slag slaan. Dan biedt een degelijk toegangssysteem met veilige codes en/of controle uitkomst. Geef bezoekers een duidelijk herkenbare bezoekerspas en begeleid ze naar hun afspraak.

10. Goed sleutelbeheer

Je wilt er niet aan denken: het idee dat eigen mensen je zouden bestelen. Toch gebeurt het vaker dan je denkt. Geef daarom een beperkt aantal medewerkers de sleutels tot je pand of de kluis. En houd dit goed bij in een sleutelplan. Heb je veel sleutels op te bergen? Doe dat dan veilig in een afgesloten sleutelkast.

Met bovenstaande tips heb je een goede indruk van wat er bij inbraakpreventie komt kijken. Op Manutan.nl vind je ons complete assortiment. Kan je het niet vinden of je wilt meer weten contacteer dan de Helpdesk van Manutan. Zij weten er alles van en helpen je graag verder.

De aandachtspunten voor je ontruimingsplan

Onderdelen RI&E

Goede bedrijfshulpverlening begint met een goede risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en een Plan van Aanpak. Dat is niet alleen een slimme zet: zo’n risicoanalyse is ook verplicht volgens Artikel 5 van de Arbowet. Er zijn een aantal algemene verplichtingen voor het opstellen van de RI&E, zodat alle risicofactoren zijn meegenomen. Zo moet er een inventarisatie zijn van alle aanwezige gevaren en welke risicobeperkende maatregelen al zijn genomen. Ook moet er gekeken worden welke gevaren er zijn voor ‘bijzondere categorieën van werknemers’, zoals jongeren, ouderen en zwangeren. In de RI&E moet ook een beoordeling en prioritering van de risico’s staan en je moet een Plan van Aanpak opnemen wanneer welke maatregelen worden genomen. Ook moet je in de RI&E aangeven hoe medewerkers toegang hebben tot een preventiemedewerker of arbodeskundige.

Van RI&E naar bhv-plan

In het Plan van Aanpak, dat volgt uit het RI&E, staan welke maatregelen je neemt om risico’s te beperken of weg te nemen. Sommige risico’s kun je niet beperken of wegnemen. Deze restrisico’s vormen de basis van je bhv-plan. Je kunt bijvoorbeeld niet voorkomen dat iemand een hartstilstand krijgt of dat er brand ontstaat door kortsluiting. In deze gevallen moet de bedrijfshulpverlening (bhv) in actie komen. Ook voor de bhv’ers moet er een bhv-plan komen. Hierin staat welke restrisico’s er zijn, hoe de bhv is georganiseerd en volgens welke procedures er wordt gehandeld.

Ontruimingsplan (oefenen is de boodschap!)

Bhv’ers zijn ook verantwoordelijk voor het ontruimen van het bedrijfspand in geval van brand. Daarvoor zijn ze afhankelijk van het ontruimingsplan. Dit plan moet conform de NEN-8112 richtlijnen voor gebouwen aangeven wie welke taken en verantwoordelijkheden heeft tijdens een ontruiming, hoe de evacuatie en communicatie verloopt, wat het verzamelpunt is bij een evacuatie en hoe de hulpdiensten worden opgevangen.

De Arbowet verplicht je zorg te dragen voor de veiligheid van je medewerkers en bezoekers. Volgens de wet moet de werkgever maatregelen nemen zodat alle aanwezigen zich in veiligheid kunnen brengen in geval van nood. Er moet bijvoorbeeld adequate noodverlichting zijn, zodat vluchtwegen en nooduitgangen goed zichtbaar zijn. Dat is zeker van belang bij werkplekken met een hoger risico. Nooduitgangen moeten bovendien altijd vrij van obstakels en makkelijk te openen zijn.

Een ontruimingsplan is volgens het Bouwbesluit verplicht als er een brandmeldinstallatie is. En dat is afhankelijk van de gebruiksfunctie, omvang en hoogte van het gebouw. Een ontruimingsplan is daardoor voor de meeste openbare gelegenheden of voorzieningen, bedrijfsruimten, kantoren, vergaderlocaties, scholen en horeca verplicht.

Dat ontruimingsplan moet niet alleen op papier staan. Het is belangrijk dat iedereen het zich eigen maakt en op de hoogte is van wat er verwacht wordt wanneer een evacuatie nodig is. Ontruimingsplattegronden helpen daarbij, maar regelmatig (minstens één keer per jaar) het ontruimingsplan oefenen is ook essentieel. Het kan levens redden!

Wij helpen je graag

Op onze webshop vind je veel brandpreventie- en bestrijdingsmateriaal of hulpmiddelen om de veiligheid op de werkvloer in het algemeen te verhogen. Eerder op zoek naar inspiratie? Klik dan zeker door naar de artikels over brandveiligheid en veilig werken op onze blog. Met vragen kun je dan weer vrijblijvend terecht bij onze helpdesk. We helpen je graag verder!

Inkopers: 4 goede redenen om NEE te zeggen!

Het artikel gaat dieper in op vier situaties waarin een inkoper ‘nee’ zou moeten zeggen:

  • wanneer het gevraagde vakgebied te ver verwijderd is van de eigen sector;
  • wanneer er niet genoeg tijd is om de opdracht veilig tot een goed einde te brengen;
  • wanneer het verzoek gewoon onmogelijk in te willigen is;
  • wanneer het verzoek niet aansluit op de bedrijfswaarden.

Zeg ‘nee’ als het verzoek niet aansluit op je vakgebied

De prestaties van een inkoper hangen af van:

  • de kwaliteit van de relatie die hij onderhoudt met zijn leveranciers;
  • de expertise die hij ontwikkelt binnen zijn vakgebied.

Op basis van zijn netwerk en ervaring kan de inkoper een evenwichtig en deskundig voorstel doen wat betreft prijs, kwaliteit, levertermijnen en risico’s.

Net daarom houdt een inkoopopdracht buiten diens referentiekader een bijzonder groot risico in voor de inkoper. Zeg dus liever ‘nee’ in plaats van je op onbekend terrein te begeven.

Zeg ‘nee’ als je niet genoeg tijd hebt om het verzoek in te willigen

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt in bedrijven, zit het werkschema van een inkoper propvol opdrachten met toegevoegde waarde.

Soms heeft een inkoper gewoon geen tijd, zeker niet als hij de kwaliteit in de gaten moet houden, strikte en gedigitaliseerde procedures moet volgen en geëvalueerd wordt aan de hand van indicatoren die verband houden met de hele aankoopafdeling! Nee, dan heb je liever een inkoper die ‘nee’ zegt dan een inkoper die bij een gebrek aan tijd slechte kwaliteit levert.

Zeg ‘nee’ als het verzoek gewoon niet in te willigen valt

De kwaliteit van het bestek is de verantwoordelijkheid van zowel de inkoper als zijn gesprekspartner die het inkoopverzoek indient.

De inkoper moet dan ook resoluut ‘nee’ zeggen als een element van het verzoek ronduit tegen het gezond verstand indruist:

  • specificaties;
  • maximumprijs;
  • levertermijnen;
  • logistieke voorwaarden.

Maar het gaat hier niet zozeer om een definitieve ‘nee’. Wel moet de aanvrager hulp krijgen bij een nieuwe analysecyclus, zodat het verzoek haalbaarder wordt.

Je kunt geen ijzer met handen breken en daarom moet de inkoper op zoek gaan naar wat er wél mogelijk is!

Zeg ‘nee’ als het verzoek indruist tegen de bedrijfswaarden

Door middel van een verantwoord aankoopbeleid moet de inkoper de reputatie van het bedrijf veiligstellen.

Daarom mag hij geen opdrachten aannemen die duidelijk in strijd zijn met de kernwaarden waarop het bedrijf een deel van zijn waardepropositie gebaseerd heeft.

Als een inkoper ‘nee’ zegt, bewijst dit dat hij ernstig en professioneel te werk gaat. Niemand wil tijd verliezen: de inkoper niet en zijn gesprekspartners al evenmin. Daarom zijn inzicht in de situatie en een gedoemde opdracht durven te weigeren zulke belangrijke vaardigheden voor inkopers.

‘Nee’ kunnen zeggen is dus een must, maar wel op de juiste manier. Hoe succesvol een inkoper wordt, hangt af van de vraag of hij harmonieus kan samenwerken met zijn interne én externe ecosysteem.

Om een aangename en productieve band te kunnen onderhouden met zijn aanvragers, moet een inkoper de regel van drie respecteren:

  • Ik denk er nog even over na voor ik je antwoord geef (niet te snel).
  • Ik kan niet: ik heb geen tijd of ik weet niet hoe het moet (niet onmiddellijk).
  • Ik houd het dossier even bij en kom er over een paar dagen op terug (niet afgesloten).

 

Brandblussers: cruciaal onderdeel van brandveiligheid bedrijven

Brandpreventie: hulpmiddelen

Voorkomen is altijd beter dan genezen. Daarom moet je natuurlijk niet alleen voldoende middelen in huis hebben om branden mee te kunnen blussen, maar ook aan brandpreventie doen. Maak bijvoorbeeld werk van vlamdovende afvalbakken, brandwerende kasten en rookmelders. Een branddeken is dan weer onmisbaar om kleine, beginnende branden in de kiem te smoren en om brand bij een persoon mee te doven.

De verschillende soorten brandblussers

Als je in een volgende stap aan brandbestrijdingsmiddelen denkt, mogen brandblussers uiteraard niet ontbreken. Je brandblussers moeten geschikt zijn voor de omgeving waarin je ze gebruikt en het materiaal dat je probeert te blussen. Er zijn vijf brandklassen (A, B, C, D, E, F) voor de verschillende soorten brandbare materialen en ze zijn herkenbaar aan het pictogram op de blusser.

  • Een schuimblusser is doeltreffend als vaste stoffen in brand staan (klasse A) en bij vloeistofbranden (klasse B). Er bestaan bovendien speciale schuimblussers voor oliën en vetten (klasse D). Schuimblussers zijn ideaal voor kantoren en winkels.
  • Een poederblusser is geschikt voor branden in klasse A en B, maar ook voor klasse C (gasbranden) en D (in dat laatste geval wordt de poederblusser ook weleens een metaalbrandblusser genoemd). Een poederblusser is een goede keuze voor industriële bedrijven en landbouwbedrijven, en voor alle situaties waar nevenschade weinig problemen geeft. Een poederblusser is ook heel doeltreffend voor voertuigen en werktuigen.
  • Een CO2-blusser of koolzuurblusser werkt goed bij beginnende branden in klasse B wanneer je nevenschade absoluut wil voorkomen.
  • Een vetbrandblusser is bestemd voor branden van zeer heet frituurvet en zeer hete frituurolie. Frituurvet ontbrandt spontaan bij 350 °C en zo’n brand is dan niet met normale blusmiddelen te doven. Gebruik daarom in keukens met frituurovens een vetbrandblusser (of de eerdergenoemde speciale schuimblusser).

Met veiligheids- of signalisatieborden help je je medewerkers om de blussers en de brandalarmknop snel te vinden.

Waar moet je brandblusapparaten installeren?

Dat je je brandblusapparaten op een duidelijk zichtbare en goed bereikbare plaats moet plaatsen, spreekt voor zich. Maar weet je ook hoeveel apparaten je nodig hebt voor je bedrijf? Om het antwoord te achterhalen, meet je de ruimte die je wil beschermen en check je het aantal bluseenheden op het etiket van je brandblusser. Een schuimblusser van zes liter of een poederblusser van zes kilogram komt bijvoorbeeld elk overeen met één eenheid. Het beste is om een bluseenheid per 150 m² te rekenen en het liefst heb je er minstens twee in je bedrijf.

Brandblussers op tijd controleren

Als je eenmaal je brandblussers op strategische plaatsen hebt, kun je niet zomaar achteroverleunen. Alle draagbare en verrijdbare brandblussers en brandslanghaspels vallen namelijk onder de Regeling Erkenning Onderhoud Blusmiddelen (REOB) en moeten volgens het Bouwbesluit (artikel 6.31) minimaal elke twee jaar worden gecontroleerd. Ook moeten ze onderhouden worden volgens de wettelijke norm NEN-2559.

Voor privégebruik geldt de verplichte jaarlijkse controle van brandblusapparaten niet – tenzij de brandblussers in de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw staan en dus onder de verantwoordelijkheid van de Vereniging van Eigenaren (VvE) of de verhuurder vallen. De Woningwet en het Bouwbesluit eisen namelijk dat een appartementencomplex brandveilig te gebruiken is. Dat neemt natuurlijk niet weg dat zo’n controle in elk geval sterk aan te raden is.

Naast de jaarlijkse controle moet je bovendien routinecontroles doen volgens de norm NEN-2559. Als gebruiker moet je tijdens een periodieke visuele controle nagaan of het toestel:

  • zich bevindt op de aangegeven plaats
  • goed zichtbaar en vrij toegankelijk is
  • een gebruiksaanwijzing heeft aan de voorkant die goed leesbaar is
  • een onderhoudsetiket heeft dat goed leesbaar is
  • gebruiksklaar is (dat is te controleren met een drukmeter)
  • voorzien is van onbeschadigde of onverbroken veiligheidszegels

Medewerkers inwijden in je BHV-plan

In het BHV-plan moet je onder andere aangeven hoe de brandveiligheid is geregeld en welke maatregelen je daarvoor neemt. Want iedereen moet weten hoe te handelen bij een ongeval, brand of ontruiming. Zorg daarom dat het BHV-plan niet in een lade belandt, maar voor iedereen makkelijk te vinden is. Ook is het belangrijk om elk jaar een ontruimingsoefening te houden, zodat iedereen:

  • weet hoe je alarm moet slaan
  • weet wie de BHV’ers zijn die je moet waarschuwen bij calamiteiten
  • de vluchtroutes kent (je bent als werkgever verplicht om per niveau en aan de ingang een evacuatieplan op te hangen. Duid de vluchtroute goed aan met noodevacuatieborden en met groene noodverlichting of nood-evacuatieverlichting).

Als er iets wijzigt aan de BHV-maatregelen, dan stel je natuurlijk je medewerkers hiervan op de hoogte.

Brand! Wat nu?

Je hoopt het nooit mee te maken, maar het kán gebeuren: brand. Wat moet je doen? En hoe krijg je een beginnende brand onder controle? Je volgt het beste deze vier stappen.

  1. Zet direct het brandalarm aan, zodat iedereen het alarm kan horen.
  2. Bel de brandweer.
  3. Grijp de dichtstbijzijnde brandblusser of de blusdeken om de beginnende brand te bestrijden.
  4. Laat de andere aanwezigen het gebouw zo snel mogelijk verlaten volgens het vluchtplan.

Als de brand geblust is

Is het vuur onder controle, maar ging het voor sommige collega’s toch niet helemaal goed? Dan is het belangrijk om direct de juiste eerste hulp te kunnen verlenen. Daarom bieden wij een uitgebreid EHBO-assortiment aan.

Wij helpen je graag

In onze webshop ontdek je al ons brandpreventie- en bestrijdingsmateriaal. Op onze blog lees je meer over brandveiligheid en veilig werken. Vind je niet wat je zoekt of heb je een vraag? Neem dan vrijblijvend contact op met onze helpdesk. We helpen je graag verder.

Rookmelder op het werk en thuis: dit hulpmiddel kan levens redden

Zijn rookmelders in bedrijven verplicht?

Bedrijven moeten maatregelen nemen in hun gebouw voor brandpreventie en brandveiligheid. Welke regels precies gelden voor jouw bedrijfspand, is afhankelijk van jouw situatie: werk je met (brand)gevaarlijke stoffen? Welke diensten bied je aan? Hoeveel mensen komen er in het gebouw of is het openbaar toegankelijk? In hoofdstuk 6, Afdeling 6.5 tot en met 6.8 van het Bouwbesluit, staan tabellen met de regels per gebruiksfunctie. Globaal geldt het volgende:

  • Voorkomen met risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
    Je moet periodiek zowel de brandrisico’s inventariseren (voor machines en installaties, maar ook voor het gebouw en de bedrijfsprocessen) als de beschikbare hulpmiddelen en evacuatievoorzieningen in kaart brengen.
  • Tijdig opmerken en beperken
    Je moet met brandmeldinstallaties en rookmelders brand op tijd kunnen opmerken en uitbreiding van brand en rook beperken door onbrandbare of brandvertragende materialen te gebruiken.
  • Procedures ontwikkelen
    Een ontruimingsplan en bhv-plan zijn voor vrijwel alle bedrijven verplicht. Je moet ook periodiek zorgen voor controle en onderhoud van blustoestellen, automatische brandblusinstallaties en brandhaspels.

Of een brandmeldinstallatie en rookmelder in jouw bedrijfsruimte verplicht zijn, is ook afhankelijk van wat je doet, waarmee je werkt en wie er komen. In artikel 6.19 van het Bouwbesluit staan tabellen om de regels per gebruiksfunctie duidelijk te maken. Sowieso geldt dat je rookmelders moet plaatsen in alle kamers of ruimtes die bij brand op de ontruimingsroute liggen. Het beste kun je voor een veilige werkvloer als vuistregel hanteren dat er in elke afzonderlijke ruimte minstens één rookmelder geïnstalleerd moet zijn. Rookmelders zijn trouwens altijd verplicht wanneer:

  • het bedrijfspand ook een woonfunctie heeft
    Dan geldt de wetgeving voor particuliere woningen, die de installatie van rookmelders wel verplicht.
  • de gemeente dit verplicht
    De gemeente kan de brandweer inschakelen om de brandveiligheid van een gebouw te controleren en kan jou verplichten het advies van de brandweer te volgen. De brandweer kijkt onder meer naar de structuur van het gebouw en de eventuele opslag van gevaarlijke producten en stelt op basis daarvan adviezen op.
  • je verzekeraar dit verplicht
    De installatie van rookmelders is een bijkomende voorwaarde in sommige polissen; je verzekeringsinstantie kan er je zeker meer over vertellen.

Ga je een rookmelder kopen? Hierop moet je letten

Let bij de aankoop van een rookmelder op de volgende aandachtspunten:

  • aanwezigheid van een CE-markering
  • voldoet aan de normen NEN 2555 en NBN-EN 14604
  • beschikt over een testknop

Heb je doven of slechthorenden onder je collega’s? Dan moet je investeren in een speciale rookmelder die felle lichtflitsen uitstuurt, eventueel in combinatie met een trilplaat die actief wordt bij gevaar.

Moderne rookmelders gebruiken een infrarode lichtstraal om rook te detecteren. Vroeger waren er ook ionische rookmelders op de markt, die op basis van licht radioactief geladen deeltjes werkten, maar die mogen in Nederland niet meer verkocht worden.

Zowel rookmelders met een vervangbare als met een niet-vervangbare batterij zijn een degelijke keuze, maar in het laatste geval kies je het liefst voor een batterij met een levensduur van tien jaar.

Waar moet je je rookmelder ophangen?

In woonhuizen geldt dus vanaf 1 juli 2022 dat op elke verdieping een rookmelder moet hangen. Voor bedrijfspanden geldt dat je in de ruimtes op vluchtroutes rookmelders moet hangen. Daarnaast moet je volgens de Arbowet altijd zorgen voor een veilige werkomgeving. Daarom is het verstandig in alle ruimtes een rookmelder te hangen. Dat doe je bij voorkeur in het midden van de ruimte. Rook maakt namelijk een ‘krulbeweging’ en komt niet snel in de hoeken, waardoor je het beste minstens dertig centimeter van de muur blijft. Daarnaast is een rookmelder aan het plafond sowieso beter dan eentje aan de muur, want de apparaten zijn gevoelig voor stof. Tot slot moet je er makkelijk bij kunnen voor onderhoud.

Rookmelder testen en onderhouden

Voordat je je rookmelders in gebruik neemt, moet je ze testen. Herhaal die test maandelijks en verwijder af en toe het stof van de rookmelder met een doekje of een stofzuiger (nooit met water).

Meer weten over brandveiligheid?

We hebben een uitgebreid assortiment aan hulpmiddelen voor brandpreventie en bieden volop inspiratie in onze blogartikels over veiligheid op het werk. Vragen? Meer informatie nodig? Neem gerust contact op met onze helpdesk.

Ergonomische bureaustoel kopen? Zo maak je de juiste keuze, ook bij thuiswerk

Een ergonomische bureaustoel: 3 criteria

Of je nu een ergononomische bureaustoel zoekt om je kantoor ergonomischer in te richten of in het magazijn meer aandacht te besteden aan ergonomisch zitten: houd altijd deze drie basiscriteria in je achterhoofd.

1.     Zitduur: ook belangrijk bij thuiswerk

Het is sowieso een goed idee om regelmatig af te wisselen tussen staan en zitten. Loop eens rond, verander van houding, … Zitten wordt niet voor niets het nieuwe roken genoemd! Kun je niet vermijden voor langere tijd zittende werkzaamheden uit te voeren? Dan raden we je aan om een ergonomische bureaustoel te kiezen. Zo’n soort stoel blinkt uit in comfort en flexibiliteit, dankzij bijvoorbeeld een verstelbare zithoogte, zitdiepte, lendensteun, rugleuning en gewichtsregeling. En hoe langer je voor je werk moet zitten, hoe belangrijker het comfort van je bureaustoel uiteraard wordt. Bureaustoelen met de opties ‘permanent contact’, ‘zitneiginstelling’, ‘kantelas gecentreerd’ of ‘kantelas gedecentreerd’ zijn geschikt voor dagelijkse zittijden van drie tot vijf uur. Zit je per dag acht uur of langer, dan heb je een bureaustoel met een ‘synchroonsysteem’ nodig. Verderop in dit artikel gaan we uitgebreider in op deze mechanismen.

2.     Lichaamsbouw

De meeste standaard bureaustoelen zijn gemaakt voor gebruikers met een lengte van 1,80 meter en hebben een maximale belasting van 110 kilogram. Dit betekent dus ook dat er veel medewerkers zijn die op zo’n reguliere bureaustoel niet goed zitten, zoals mensen die korter, langer en/of zwaarder zijn. Voor hen is het belangrijk om op de volgende zaken te letten:

  • Bij korte lengte:
    verstelbaarheid blijft enorm belangrijk, maar daarnaast mag de zitting niet te diep zijn en is een bureaustoel met lage gasveer aan te raden (de gasveer is de cylinder met zuiger die de zitting van de bureaustoel verbindt met het wielenstel). Daarnaast kan een voetensteun een welkome aanvulling zijn.
  • Bij langere lengte of hoger gewicht:
    zorg dat de stoel extra ondersteuning biedt met bijvoorbeeld dik gevulde kussens. Bovendien moet het onderstel geschikt zijn voor het gewicht van de medewerker die hem gaat gebruiken. Vaak heeft een bureaustoel voor iemand die langer of zwaarder is een verzwaarde gasveer om de belastbaarheid te vergroten.

3.     Type werkzaamheden

Zorg ten slotte dat je bureaustoel past bij je werkzaamheden. Hoe preciezer en specifieker de werkzaamheden, hoe meer instelfuncties je nodig hebt om goed te kunnen zitten. Kijk onder andere naar de mogelijkheden om de stoel te verstellen als je wisselt van taak. Werk je veel aan de werkbank? Dan zijn hoge bureaustoelen (ook wel werkplaatsstoelen genoemd) vaak de beste keuze. Benieuwd waar je op moet letten bij het kiezen van zo’n werkplaatsstoel? Bekijk dan onze koopwijzer werkstoel kiezen en kopen. Werk je vaak van thuis? Ook dan moet je zorgen voor een goede zithouding. We kunnen je helpen om bij de inrichting van het thuiskantoor – voor jou of je medewerkers.

Ergonomische bureaustoel: diverse functies en opties

We kunnen het niet genoeg benadrukken: zorg dat je ergonomische bureaustoel instelbaar en aanpasbaar is aan je lengte en gewicht. Daarvoor hebben de ontwerpers van bureaustoelen diverse functies en mechanismen bedacht – net als voor een dynamische zithouding. We overlopen hier de manieren waarop een ergonomische bureaustoel je lichaam extra ondersteunt of een verkeerde zithouding helpt te voorkomen.

1. Instellingen

Dankzij de volgende instellingen kun je je lichaam ontlasten terwijl je op je bureaustoel zit:

  • Zithoogte: pas de stoelhoogte aan aan je lichaamslengte. Stoelen met deze optie herken je in onze webshop aan dit icoontje:

  • Zitdiepte: pas de zitdiepte aan aan de lengte van je benen. Bureaustoelen waarvan je de zitdiepte kunt wijzigen is herkenbaar aan het volgende icoon:

  • Verstelbare lendensteun: bureaustoelen met een verstelbare lendensteun ondersteunen de rug bij de overgang van het bekken naar de wervelkolom en ontlasten zo de spieren die je helpen om een juiste zithouding aan te nemen. In onze webshop herken je de stoelen met deze functie als volgt:

  • In hoogte verstelbare rugleuning: een stoel met een in hoogte verstelbare rugleuning helpt om je rug en rugleuning mooi op elkaar te laten aansluiten. Dit icoontje laat zien dat je bureaustoel deze optie heeft:

  • Gewichtsregeling: het is belangrijk dat je de sterkte van de weerstand van de rugleuning kunt instellen op het lichaamsgewicht van de gebruiker. Bureaustoelen met gewichtsregeling gaan op onze webshop gepaard met dit icoon:

2. Stoelmechanismen

Er zijn vijf verschillende stoelmechanismen voor ergonomische bureaustoelen: ‘permanent contact’, ‘zitneiginstelling’, ‘kantelas gecentreerd’, ‘kantelas gedecentreerd’ en ‘synchroonsysteem’. Wat betekent dat?

  • Permanent contact: een stoel met de functie ‘permanent contact’ heeft alleen een verstelbare rugleuning. Deze past zich aan de beweging van je rug aan. Dit type kreeg het volgende icoontje mee op onze webshop:

  • Zitneiginstelling: dankzij deze optie kun je je bureaustoel naar voren kantelen, zodat de voorkant van de stoel lager komt te liggen en de rugleuning in de richting van je bureautafel kiept. Door op die manier de hoek tussen je romp en je bovenbenen te vergroten en je bekken te kantelen, respecteer je de normale kromming van je wervelkolom. Zo kun je heel actief (d.w.z. met actieve rugspieren) zitten, terwijl je toch de nodige ondersteuning krijgt. Let op: kantel je stoel niet té ver naar voren, want dan moeten je voeten te hard werken om te voorkomen dat je wegglijdt. Let in onze webshop op stoelen met dit icoontje:

  • Kantelas gecentreerd: bij stoelen met deze functie kun je je zitvlak en rugleuning samen achter kiepen. De hele stoel wordt dus naar dezelfde houding gekanteld. Door dit mechanisme de hele werkdag door regelmatig te gebruiken, bevorder je de bloedsomloop terwijl je de wervelkolom toch optimaal blijft ondersteunen. Deze mogelijkheid herken je aan het volgende icoontje:

  • Kantelas gedecentreerd: ook bij dit type bureaustoel kantelt de hele stoel in dezelfde verhouding, maar je voeten blijven op de grond. Dit icoontje verduidelijkt deze optie:

  • Synchroontechniek: bij stoelen met deze functie kun je je rugleuning en zitting gelijktijdig kantelen – maar niet per se in dezelfde verhouding. Daardoor volgt een bureaustoel met synchroontechniek perfect de beweging van het lichaam. De zitting kantelt meestal een derde van de hoek die de rugleuning maakt. In onze webshop duiden we dit type stoelen aan met:

Of je tot slot voor een stoel met armleuningen of zonder armleuningen kiest, is een kwestie van persoonlijke smaak. Armleuningen ontlasten je schouder en nek, wat prettig kan zijn als er vaak te veel spanning op je schouder- en nekspieren staat en je klachten dreigt te ontwikkelen. Bij veel bureaustoelen is het trouwens nog mogelijk om achteraf armleuningen toe te voegen, dus je hoeft je zeker niet blind te staren op deze beslissing.

Kijk naar het totaalplaatje

Tot slot zijn er nog omgevings- en andere factoren om in het achterhoofd te houden bij de keuze van een ergonomische bureaustoel.

1.     Ondergrond

Houd rekening met de ondergrond van de werkomgeving, want in combinatie met het materiaal van de wielen bepaalt deze hoe gemakkelijk de bureaustoel zal rollen. Harde kunststof wielen zijn prima geschikt voor tapijt, terwijl zachte wielen met een rubberen laag het beter doen op tegels of linoleum.

2.     Speciale vereisten

Kijk of er speciale wensen zijn, zoals brandbestendigheid. Bureaustoelen met een label NEN-EN 1021-1 of 1021-2 zijn brandvertragend. Als ze (bovendien) tot de klasse M1 behoren, betekent dat  dat het materiaal waarvan ze gemaakt zijn niet ontvlambaar is. Daarnaast kun je de voorkeur geven aan stoelen die eenvoudig te reinigen zijn. Een kunststof of lederen zitting is makkelijker schoon te maken dan een stoffen kussen. Zeker in industriële omgevingen of plaatsen waar hygiëne essentieel is, speelt onderhoudsvriendelijkheid vanzelfsprekend een grote rol. Of wat dacht je van een bureaustoel met een ademende rugleuning of zelfs een rugleuning met een ingebouwd ventilatiemechanisme? Dit soort bureaustoelen is heel comfortabel in warme werkomgevingen.

3.     Uitstraling

Vraag jezelf af of de uitstraling van de stoel nog een rol speelt. Er is tenslotte een behoorlijk verschil tussen een basic stoel en een design bureaustoel of een managersstoel. En misschien zijn er bepaalde kleuren om rekening mee te houden, zodat je ergonomische bureaustoel binnen de branding van het bedrijf past.

4.     Budget

Natuurlijk houd je ook in het achterhoofd wat je aan de stoel wil uitgeven. Een ergonomische bureaustoel hoeft niet per definitie heel prijzig te zijn: er bestaan zeker ook goede exemplaren in een lagere prijsklasse.

5.     Zelfbouw of niet

Wil je een kant-en-klare bureaustoel of vind je het niet erg om met een zelfbouwpakket aan de slag te gaan? Ook die vraag moet je jezelf stellen voordat je een bestelling plaatst. Op onze webshop herken je de bureaustoelen die je zelf in elkaar moet zetten aan dit icoontje:

Je bureaustoel goed instellen

De perfecte bureaustoel gevonden? Dan moet je hem natuurlijk goed instellen. De functies van een bureaustoel verliezen hun meerwaarde als je ze niet goed gebruikt. Weet dat bij een ergonomische zithouding …

  • je voeten plat op de grond of op een voetensteun staan en je benen een hoek van 90° vormen,
  • de hoogte van de rugleuning zo is ingesteld dat de lendensteun goed in de holling van je onderrug past,
  • je armen zo dicht mogelijk bij je lichaam zitten en een rechte hoek vormen,
  • de kantelkracht van de rugleuning niet te hard en niet te zacht ingesteld staat, zodat je rug goed wordt ondersteund, zonder te forceren.

ergonomische bureaustoel

Meer weten over ergonomisch werken?

Bij Manutan willen we jouw werk leuker en gemakkelijker maken. Bekijk ons volledige assortiment ergonomische meubels en hulpmiddelen via onze overzichtspagina ergonomie of lees onze blog voor meer inspiratie. Ook voor thuiswerkers staan we klaar! Heb je vragen? Contacteer gerust onze helpdesk. Onze medewerkers helpen je graag verder.

Drie gouden regels om C-Class inkopen te optimaliseren

Classificatie van inkopen

De drie inkoopcategorieën zijn:

  • Categorie A: strategische inkopen, goed voor 70 % van het inkoopvolume.
  • Categorie B: terugkerende indirecte inkopen (reizen, IT-materiaal, …). Deze categorie maakt 25 % van het totale volume uit.
  • Categorie C: spot-, ad-hoc-, niet-terugkerende en spontane inkopen enz. Deze categorie is goed voor 5 % van het totale inkoopvolume. Dat lijkt verwaarloosbaar … maar is het dat ook?

Waarde van inkopen vs. administratieve kosten

Als je de administratieve kosten bekijkt, zijn de verhoudingen omgekeerd. C-Class inkopen staan voor 75 % van het aantal leveranciers, bestellingen en facturen. Als je deze onder controle houdt, kun je duizenden euro’s besparen en zo je inkopen optimaliseren.

Pierre Brial, algemeen directeur Manutan groep: “Onlangs had ik een gesprek met een klant die een industrieel bedrijf leidt met een omzet van 500 miljoen euro en drie vestigingen in Frankrijk. Omdat hij nogal sceptisch leek, stelde ik voor een lijst op te stellen met alle leveranciers bij wie het bedrijf voor minder dan 200 euro producten of diensten had ingekocht. Het resultaat? Een lijst met niet minder dan 1.000 leveranciers!
Als je weet dat de beheerkosten voor één leverancier ongeveer 1.000 euro per jaar bedragen, kun je je wel voorstellen hoeveel mijn klant kon besparen door de bedrijfsinkopen te optimaliseren.”

Drie gouden regels om C-Class inkopen te optimaliseren

Veel bedrijven aarzelen nog om dit probleem aan te pakken. Ze vrezen dat het een moeilijke opgave wordt en weten niet goed welke uitdagingen ze zullen tegenkomen.

Manutan begeleidt al bijna tien jaar honderden klanten bij de optimalisatie van hun C-Class inkopen. We weten dus als geen ander dat deze inkopen perfect kunnen worden geoptimaliseerd, zolang je maar rekening houdt met drie gouden regels:

  • Werk met een leverancier die een erg groot productaanbod heeft (om ‘long tail’-inkopen aan te pakken), zorg ervoor dat alle bedrijfslocaties op logistiek vlak gedekt zijn en stel gedetailleerde rapporten op. Bij deze regel staan data centraal.
  • Implementeer een elektronische inkoopoplossing. Er bestaan er vandaag voor alle soorten bedrijven en voor elk budget. Punch-Out is een goed voorbeeld, en er zijn ook oplossingen voor bedrijven zonder e-procurementsysteem.
  • Zorg ervoor dat de leverancier niet alleen met de centrale inkoopdirectie communiceert om een globale overeenkomst te sluiten, maar ook met de gebruikers communiceert door de bedrijfslocaties te bezoeken in het kader van de overeenkomst.

Er staan honderdduizenden euro’s op het spel: een niet te missen kans om te besparen, dus. C-Class inkopen verdienen een … A!

Wil je meer weten over hoe je je C-Class inkopen kunt optimaliseren? Lees dan het artikel ‘C-Class inkopen: bespaar 40 % in vijf stappen’.

[1] Het Pareto-principe is aan het einde van de 19e eeuw opgesteld door de Italiaanse econoom en socioloog Vilfredo Pareto. Hij stelde dat 20 % van het aantal eenheden goed is voor 80 % van de globale waarde van alle eenheden.

UNSPSC in de kijker

Hieronder geven we alle antwoorden op de vragen over de UNSPSC:

  • Wat is het?
  • Hoe werkt het?
  • Wat zijn de voordelen?

Wat is de UNSPSC?

De gestandaardiseerde VN-classificatie van producten en diensten (United Nations Standard Products and Services Code of UNSPSC) werd oorspronkelijk opgesteld in 1998 door het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) en Dun & Bradstreet Corporation (D & B).

Het is een open, globale en sectoroverschrijdende norm waarmee producten en diensten nauwkeurig en efficiënt kunnen worden geclassificeerd. Hieronder vallen de grondstoffen, industrieel materiaal, onderdelen en benodigdheden, consumptiegoederen en diensten.

Hoe werkt de UNSPSC?

De UNSPSC is een systeem van achtcijferige codes met een hiërarchische structuur van vier niveaus: segment, familie, klasse en product. Optioneel wordt er nog een tweecijferig achtervoegsel aan die code geplakt dat de functie aanduidt: verhuur, reparatie, recyclage, detailhandel, …

Een voorbeeld van een typisch C-Class product, zoals een toner (44103103):

  • Segment 44: Verbruiksgoederen en kantooruitrusting en -toebehoren
  • Familie 10: Kantoorapparaten en toebehoren
  • Klasse 31: Benodigdheden voor printers, faxapparaten en kopieermachines
  • Product 03: Toner

Dit codesysteem is in verschillende talen beschikbaar via de UNSPSC-website: Arabisch, Chinees, Deens, Duits, Engels, Fins, Frans, Hongaars, Italiaans, Japans, Koreaans, Nederlands, Noors, Portugees, Spaans en Zweeds.

Wat zijn de voordelen van de UNSPSC?

De UNSPSC is bedoeld om bedrijven en landen te helpen hun productiviteit te verhogen, hun bedrijfskosten te verminderen en efficiënter te werken.

Bedrijven die de UNSPSC hebben geïmplementeerd, hebben een uniform overzicht van hun uitgaven. Daardoor kunnen ze het verzamelen en analyseren van gegevens over hun uitgaven automatiseren én vlotter samenwerken met hun klanten en leveranciers, want iedereen gebruikt hetzelfde classificatiesysteem.

Kort gezegd kunnen bedrijven hun uitgaven beter beheren en hun werking op verschillende vlakken optimaliseren door hun leveranciersbestand te stroomlijnen, hun productinkopen te standaardiseren, betere tarieven te onderhandelen door grotere volumes af te nemen, hun ad-hocinkopen onder controle te houden, enz.

Door producten en diensten met een algemeen codesysteem te classificeren, verloopt de handel tussen aankopers en leveranciers wereldwijd veel vlotter.

Vijf redenen om de koers van duurzaam inkopen aan te houden

Het duurzame inkoopbeleid dat voor de crisis is ingevoerd, moet worden verdergezet en zelfs uitgebreid. Bedrijven hebben er alle baat bij om hun duurzaamheidsinspanningen aan te houden:

  • Ze versterken hun toeleveringsketen.
  • Ze verbeteren hun concurrentievermogen.
  • Ze voldoen aan de verwachtingen van klanten.
  • Ze verhogen de waarde van hun aandelen.
  • Laten we eerlijk zijn: dit is de enige weg vooruit.

Duurzaam inkopen versterkt de toeleveringsketen

Vroeger werden leveranciers die hun medewerkers niet naar behoren beschermden, door hun opdrachtgevers geklasseerd als ‘reputatierisico’. Er zijn zelfs gevallen bekend waar de beurskoers van het klantbedrijf een duik nam nadat aan het licht kwam dat een leverancier de regels niet naleefde.

Tijdens de COVID-19-crisis blijkt eens te meer dat samenwerken met een leverancier die de mensenrechten niet respecteert, ook operationele gevolgen kan hebben. De toelevering van producten kan bijvoorbeeld uit het niets ernstig verstoord raken. Daarom moet respect voor de gezondheid en veiligheid van werknemers een prioriteit blijven en een belangrijke indicator zijn bij het kiezen van leveranciers.

Duurzaam inkopen verbetert het concurrentievermogen

Door de coronacrisis gingen er stemmen op om de milieueisen voor bedrijven te verzachten, maar de meeste organisaties kozen ervoor hun eigen beloften te blijven nakomen.

Zij ervaren dat de strijd tegen de klimaatopwarming net een sterkere groei opleverde die zelfs tijdens de piek van de crisis merkbaar was. Het spreekt voor zich dat deze bedrijven hun duurzame inkoopbeleid niet willen laten varen nu we stilaan naar verbetering kunnen uitkijken.

Wie op dit vlak achterblijft, loopt zelfs het risico zijn concurrentievoordeel te zien wegzakken.

Duurzaam inkopen biedt een antwoord op de wensen van klanten

Dat klanten op zoek gaan naar producten van duurzame oorsprong, is geen nieuw fenomeen. Bedrijven die een gestructureerde strategie voor duurzame inkopen hanteren, zagen al lang voor de pandemie hun populariteit bij de klanten groeien.

Maar de crisis heeft duidelijk aangetoond in hoeverre bedrijven en economische activiteit verantwoordelijk zijn voor de milieu-, lucht- en watervervuiling. Daarom kijken toekomstgerichte inkopers ook naar respect voor het milieu bij het kiezen van hun leveranciers.

Duurzaam inkopen verhoogt de waarde van aandelen

De realiteit bewijst het. De aandelenkoers van beursgenoteerde bedrijven stijgt als gevolg van twee factoren:

  • respect voor het milieu;
  • verantwoordelijkheid tegenover alle stakeholders, ook buurtbewoners en de maatschappij.

Bedrijven die zich tijdens en na de crisis inzetten voor de kwetsbaarste groepen, zien hun waarde nog meer stijgen. En als ze te ver van hun duurzame inkoopbeleid afdwalen, geven hun aandeelhouders hen een duidelijk signaal.

Duurzaam inkopen is de enige weg vooruit

De vijfde reden is eigenlijk de belangrijkste: duurzaam inkopen is de enige optie voor wie vooruit wil.

De tijd dringt voor de planeet. We kunnen niet langer wachten om actie te ondernemen. Het goede nieuws is dat investeren in het milieu ons kan helpen om er sneller weer bovenop te raken.

Als we samen onze inspanningen verdubbelen op het vlak van verantwoord ondernemen, zorgen we voor groei door:

  • kwaliteitsvolle jobs te creëren;
  • de competenties van stakeholders verder te ontwikkelen;
  • de veerkracht van bedrijven te verbeteren.

Kort samengevat: naast de coronacrisis dreigt nog steeds de veel systematischere, gevaarlijkere milieucrisis. Daarom moeten de inkoopafdelingen meer dan ooit inzetten op hun duurzame inkoopstrategie. De belangrijkste reden? Er is geen planeet B. Maar ook de economische en financiële voordelen bewijzen het nut van duurzaam inkopen.

De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar logistieke ketens kunnen zijn. De twee grootste pijnpunten zijn: blootstelling in het Verre Oosten en de focus op één werelddeel.

Daarom is het strategisch erg belangrijk dat we nadenken over hoe we de toeleveringsketen kunnen verplaatsen. Zo combineren we de economische noodzaak met een duurzaam inkoopbeleid.

Ergonomie op het werk: een vijfstappenplan

Waarom het grote plaatje bekijken?

Ergonomie op het werk wordt vaak gereduceerd tot een serie subvragen. Zit je rechtop? Kunnen je voeten bij de vloer (of bij een voetensteun) en zijn je schouders ontspannen? Is je bureaustoel goed ingesteld? Til je zware spullen op de juiste manier om rugklachten te voorkomen? Ligt je gereedschap goed in de hand? Begrijp ons niet verkeerd: het is heel belangrijk om die vragen te stellen en vooral om ze te beantwoorden. Maar een écht gestructureerde aanpak brengt je veel verder. Let maar op.

Soorten ergonomie

Ergonomie op het werk gaat over zowel de arbeidsomstandigheden als de hulpmiddelen die je bij het werk gebruikt. Er zijn vier soorten ergonomie:

  • Fysieke ergonomie
    Dit type schiet je wellicht het eerst te binnen als het over ergonomie gaat, want alles wat met onze lichaamsbouw te maken heeft, valt hieronder. Denk bijvoorbeeld aan een ergonomische houding, maar ook het voorkomen van repetitieve bewegingen die RSI-klachten kunnen veroorzaken.
  • Organisatie-ergonomie
    Deze tweede vorm van ergonomie is gericht op de optimalisatie van bedrijfsprocessen en -structuren. Hieronder vallen onder meer aandacht voor thuiswerken, werktijden en samenwerking.
  • Cognitieve ergonomie
    De naam zegt het eigenlijk al: bij deze vorm ligt de nadruk op mentale processen zoals perceptie en geheugen (en dus op mentale werkbelasting en stress), maar ook op motorische reacties in de interactie tussen mens en systeem, bijvoorbeeld tussen medewerker en computer.
  • Taalergonomie

Binnen dit laatste type ergonomie buigen experten zich over de verhouding tussen tekst en zijn grafische omgeving, zoals lettertype en regelafstand, en probeer je die te optimaliseren op basis van onderzoek over hoe we lezen.

Kantoormanagers hebben in de praktijk het meest te maken met fysieke ergonomie – niet alleen op kantoor, maar ook in talloze andere werkomgevingen, zoals het magazijn of de werkplaats. Maar je merkt het al: ergonomisch werken beperkt zich niet tot de aanschaf van een goede bureaustoel of voorkomen dat er zwaar getild moet worden. Ook een efficiënte organisatiestructuur en het voorkomen van stress dragen bij aan goede ergonomische omstandigheden.

Een vijfstappenplan voor ergonomisch werken

1.     Analyseren en inventariseren

Je behaalt de meeste winst met voorlichting en de aanschaf van de juiste materialen. Maatwerk is daarbij van belang. Inventariseer daarom om te beginnen welke klachten en wensen je collega’s hebben. Het wordt vaak vergeten, maar daadwerkelijk langs elke afdeling gaan en een gesprek beginnen over ergonomie levert vaak al heel veel nuttige informatie op.

  • Zijn er voldoende bureaustoelen en werkplaatsstoelen die goed in te stellen zijn?
  • Staat al het materiaal in de werkplaats op de juiste werkhoogte?
  • Worden heftafels goed gebruikt?
  • Wie heeft waar pijn en is dat met ander materiaal op te lossen?

Zo kun je prioriteiten toekennen en korte- en langetermijnacties bepalen.

2.     Bepalen of je externe hulp nodig hebt

Uit een snelle vragenronde kan blijken dat er zoveel klachten zijn dat je externe hulp nodig hebt om ergonomisch werken echt mogelijk te maken. In dat geval kun je een ergonoom in de arm nemen die je met de grootste problemen helpt. Maar er komen sowieso ook allerlei punten naar voren die je zelf eenvoudig en snel kunt oplossen. Stel dat de aanwezige schroevendraaiers voor pijnklachten zorgen omdat de handgrepen te klein zijn voor de grote handen van je monteur, dan ligt de oplossing natuurlijk voor de hand.

3.     Nieuw materiaal aanschaffen

Als je besloten hebt dat er nieuwe ergonomische hulpmiddelen nodig zijn, ben je misschien geneigd om meteen tot een aankoop over te gaan. Wacht daar nog even mee, en neem de tijd om met je collega’s te overleggen en te testen. Veel meubels en materialen, van werkbank of bureau tot toetsenborden of muizen, zijn immers in veel verschillende varianten verkrijgbaar. Vraag bijvoorbeeld onze helpdeskmedewerkers gerust om advies.

4.     Verstrek informatie over goed gebruik

Goed materiaal heeft geen zin als het niet goed wordt gebruikt. Vaak zitten medewerkers bijvoorbeeld verkeerd op hun stoel, meestal omdat ze niet weten hoe ze hem moeten instellen of wat een goede zithouding nu precies is. Het kan dan ook lonen iedere maand een rondje over de werkvloer te maken en collega’s te helpen met hun stoel. Een ergonomische bureaustoel of werkplaatsstoel heeft weinig nut als hij niet correct of maar heel weinig wordt gebruikt. Enkele aandachtspunten:

  • Let op de hoogte, de zithoek, de diepte, de armsteunen en de lendenondersteuning.
  • De knieën moeten een hoek van 90 graden maken.
  • De zithoek komt minder nauw, maar ook die moet rond de 90 graden zijn.
  • De zitting mag niet te diep zijn: er moet nog een vuistbreedte ruimte over zijn tussen knieholte en stoel.
  • Stel de armsteunen en lendenondersteuning pas in als de rest van het lichaam goed zit.

Je kunt ook verder gaan en een heuse gezondheids- of veiligheidscampagne lanceren om medewerkers te wijzen op het belang van ergonomie, om de resultaten te delen van de inspanningen die je al leverde voor een meer ergonomische werkplek of om concrete tips te geven. Iedereen op de werkvloer weet dat het belangrijk is om geregeld een korte pauze te nemen, maar hoe vaak gebeurt dat ook echt? En is het überhaupt mogelijk om af en toe te pauzeren, of laat het werk dat eigenlijk niet toe? Introduceer gerust ook onconventionele maatregelen om de hele werkvloer te stimuleren om in beweging te komen. Dat de printer ver weg staat, lijkt onhandig, maar het zorgt wél voor meer stappen op een dag. En kan er misschien een basketbalnetje boven de afvalbakken? Dat nodigt uit om te gooien, wat de schouders meteen weer losser maakt. Of begin, onder de werktijd, een tafeltenniscompetitie met een wedstrijdschema.

5.     Blijf aandachtig

Ergonomie komt vaak pas ter sprake als er veel klachten zijn. Vervolgens komen er allerlei maatregelen, speciale materialen en cursussen. Na verloop van tijd verslapt de aandacht en gebruikt het gros van de werknemers zijn lichaam weer verkeerd. Zorg daarom dat je het belang van ergonomie blijft benadrukken. Een vast moment in je agenda inplannen om even de werkvloer op te lopen en je collega’s te observeren, is zeker geen overbodige maatregel.

Meer weten over ergonomisch werken?

We hebben een breed assortiment aan ergonomische producten voor kantoor, magazijn en werkplaats, en op onze blog doe je zeker inspiratie op. Vragen over het juiste gebruik van stoelen? Hulp nodig bij het kiezen van het geschikte gereedschap? Neem dan contact op met onze helpdesk. We denken graag met je mee en geven vrijblijvend advies.